Cooremans-Zonderishetlichtnietzachtgenoeg
Publicatie datum

18/10/2017

ISBN

978-94-92339-29-4

 16,00

Zonder is het licht niet zacht genoeg

Auteur: Sven Cooremans

Nooit was de neiging tot abstractie, tot het hogere, nadrukkelijker aanwezig dan in Zonder is het licht niet zacht genoeg. Dat wil niet zeggen dat de emotie en de zintuiglijke waarneming hier afwezig zijn, wel dat ze vaak “klimgelegenheid” vormen om tot bredere reflecties over mens-zijn, menselijkheid, en wereld te komen. Zoals de schilderijen van Rothko, waaraan deze bundel zijn motto ontleent, schuiven deze gedichten als naakte kleurvlakken in elkaar over, en gewinnen ze net door die naaktheid en onbegrensdheid aan relevantie en betekenis.

Tegelijkertijd is dit Cooremans’ meest persoonlijke bundel waarin hij “[zijn] tijd en twee stoelen [neemt]” en zich in een traditionele tête-à-tête recht tegenover de lezer stelt. “Empathie is een aandoening,” zo heet het ergens. Ze doet dingen met je, net zoals deze bundel dat doet. Zonder die ander is het licht immers niet zacht genoeg, staan we enkel in de al te felle schijnwerper van het eigen ik. Een belangrijke en acuut relevante bundel.

Knipsel


Voornemen

in een kamer met bladgrond
en takjes die zorgen voor klimgelegenheid

zal ik mijn tijd en twee stoelen nemen

en na weken van uitharden en op kleur komen
zal ik mijn vleugels ontvouwen

vleugels die ik nodig heb

om mezelf, ik noem maar iets
uit te drukken in het voornemen

om u te woord te staan

 

Over de auteur

Sven Cooremans (1970) debuteerde met de dichtbundel Myeline (Uitgeverij P, 2003). Verhalen en gedichten verschenen in diverse literaire tijdschriften (De Brakke HondDW&BYangDeus Ex MachinaGierik & NVT,…) en werden in meerdere bloemlezingen opgenomen (Op het oogHotel New FlandresDe 100 beste gedichten van 2015,…). Zijn derde bundel Het is dat of stoppen met zingen verscheen najaar 2013 (Uitgeverij P). In 2014 won hij met het gedicht ‘Sisyphus’ de tweede prijs in de Turing Gedichtenwedstrijd. Hij was enkele jaren redactielid van Gierik & NVT. Nu is hij als bestuurs-lid van PEN Vlaanderen verantwoordelijk voor het Writers in Prison Committee.

Recensies

  1. :

    “De titel die de lading van een goede twintigtal gedichten dekt, spreekt van een manco. De dichter heeft iemand, een weerwoord, een lezer, een partner, jij en ik, nodig om uit de schijnwerpers (…) van de harde werkelijkheid te komen waarin hij misschien weerloos is. Grof reducerend zou men deze poëzie kunnen omschrijven als een confrontatie tussen een gevaarlijk, onzeker buiten en een veiliger binnen.”

    Jacob Baert, Ambrozijn, 2018

  2. :

    “De dichter vergenoegt zich er niet mee de wereld rondom hem te beschrijven, hij wil de dieperliggende samenhang achterhalen, patronen en waarheden ontdekken, het mysterie van het leven op het spoor komen. Cooremans beent (…) zijn ervaringen uit tot momentopnamen die als het ware losgezongen worden van hun ontstaanscontext. Wat dan rest zijn zinnen met een grote intensiteit die door de lezer samengebracht moeten worden. Vrijwel elk detail doet er toe: het gebruik van een anonieme schrijfwijze of een onpersoonlijk ‘iemand’, de gezochte vergelijkingen, de quasi-herhalingen, de enjambementen en verspringingen. De taal creëert zo een eigen weefsel, dat soms de boodschap ondersteunt en kracht bijzet, maar elders ook ontregelend werkt. het onderstreept de breekbaarheid van de gedachten, de terughoudendheid van het engagement, de noodzaak om te blijven denken.”

    Dirk De Geest, Mappa Libri, 2017

  3. :

    “Geen poëziebundel meer uitnodigend dan deze (…). De wereld gaat aan vlijt ten onder, we weten het, maar het lukt maar niet daarnaar te leven; de vrije wil, wat is dat bestaat er wel zoiets als een vrije wil? Cooremans speelt het klaar in enkele regels over blauwzwarte mestkevers die zich op de sterren verlaten en via zijn winkelwagentje met koppige wieltjes duidelijk te maken dat deze vraag ‘berust in de aard van de beperkingen’. Knap. Al met al een bundel met pareltjes (…) die ik (…) met bewondering, fronsend en hoofdschuddend heb gelezen. Het leek het leven zelf wel.”

    Paul Roelosen, Meander, 2017

  4. :

    “De 27 gedichten zonder rijm (…) vormen (…) een milde en mooie afwisseling in beelden met een filosofische touch. Het motto van de bundel is ontleend aan de schilderijen van Rothko. [De] uitgave [is] buitengewoon smaakvol en uitnodigend. De stemming die deze gedichten voortbrengen, is door de band genomen positief. Wie van zo’n stemming én van subtiel woordgebruik houdt, zal genieten van deze bundel.”

    Louis Smit, NBD Biblion, 2017