DeBruyn-Goldbergvariaties
Publicatie datum

17/09/2017

ISBN

978-94-92339-34-8

 19,50

Goldbergvariaties

Auteur: Guido De Bruyn

In 1741 publiceert J.S. Bach een klavierboek voor ‘liefhebbers, ter verstrooiing van hun gemoed’. Op het baspatroon van een simpele aria verzint hij dertig variaties, telkens met een ander karakter: nu eens dansant, dan weer briljant of ingetogen. Maar of Bach nu een speels menuetje schrijft of een virtuoze polonaise, altijd weer zingt op elke bladzijde de beginaria mee, verborgen in het baspatroon. Alles met elkaar verbindend, als de sluitsteen van een kathedraal.
De Bruyn schreef deze reeks gedichten naar Bachs Goldbergvariaties, zonder dat ze daar een adaptatie van willen zijn. Wel verkennen ze een aantal muzikale technieken, in een poging poëzie de allure mee te geven van een allegro, de snit van een sarabande, de cadans van een walsje in mineur. En net als bij Bach begin-nend en eindigend met dezelfde aria, de basso ostinato die van meet af aan alle leven begeleidt: de dood.

Knipsel

aria

een aria als dans
op de stapstenen van een lied
de speeldoos van een sarabande
begint en eindigt niet

een aria als alibi
alibi cantabile voor verdriet
de speeldoos van een sarabande
begint en eindigt niet

een aria als spitsboog
hoge vlucht in een verborgen taal
in de eerste stapsteen ligt
de sluitsteen van een kathedraal

een aria als dans
op de stapstenen van een lied
de speeldoos van een sarabande
begint en eindigt niet

Over de auteur

Guido De Bruyn (Asse, 1955) won in 2012 en 2014 de poëzieprijs CC Boontje, was eerder ook tweemaal laureaat van de Klara-poëzieprijs en werd bekroond als verhalenschrijver. Bij Uitgeverij P verschenen in 2004 zijn debuutbundel Het achterwerk van het geluk, in 2006 zijn vertaling van Shakespeares Sonnetten, in 2007 het voor de Herman de Coninckprijs genomineerde Het huis Augustus, in 2010 Een steen in Lissabon, in 2011 Apenverdriet en Blakte in 2014.

Recensies

  1. :

    “Is niet elke dichter een (klein)zoon/dochter van meesterzangers Gezelle en Van Ostaijen? Guido De Bruyn niet in het minst? Wie zijn gedichten aandachtig leest, hoort muziek. De lettergrepen worden noten, de witregels stilte, de lectuur ritme. In GOLDBERG VARIATIES gaat het voortdurend op en neer op de trampoline van taal. De woorden steken de hand uit en reiken naar elkaar. Echo’s bevolken de verzen, over de grenzen van de gedichten heen, maar ook ver buiten het kaft van de bundel: Middleton, WH Auden, Breughel, Icarus, Mattheus, Singer naaimasjien. Sommige gedichten staan in een harmonieus notenbalkschrift op een stuk envelop. Wat er in de brief stond die in de envelop zat, daar heeft de lezer het raden naar. Maar misschien is dat poëzie (…). Guido De Bruyns gedichten lijken in de eerste plaats een indruk te willen nalaten. Het is de schaduwrand van de woorden die blijft nazinderen.

    Jan Geerts, Enkele vaststellingen na het lezen van Goldbervariaties, 2017

  2. :

    “Voor de liefhebbers van de Goldbergvariaties van Johann Sebastian Bach is de gelijknamige bundel van Guido De Bruyn puur genieten. Wie minder bekend is met deze vermaarde compositie treedt een wondere wereld binnen. De Bruyn probeert ons in zijn dertig variaties alle hoeken en gaten van de taal te laten zien, net zoals Bach in zijn variaties de uiterste mogelijkheden van het contrapunt onderzocht. [De] Goldbergvariaties van Guido De Bruyn vormen, in navolging van hun muzikale inspiratiebron, een complexe compositie. Misschien moeten we de bundel als een partituur beschouwen, waarvan de muzikale elementen pas in een voordracht volledig tot hun recht komen. Anderzijds kunnen we pas bij lezen en herlezen oog krijgen voor de vele verbanden. Een absolute aanrader voor de liefhebbers van de Goldbergvariaties van Bach. Een mogelijke eyeopener voor poëzieliefhebbers die nog minder bekend zijn met dit meesterwerk.”

    Eric van Loo, Meander, 2017

  3. :

    “Deze poëzie is muziek, en moet ook als muziek gelezen worden. Het werkwoord ‘lezen’ verandert dan in horen. De poëzie moet ‘gehoord’ worden. De liefde voor het vormelijke, zo flagrant duidelijk in deze verzen, lijkt me te emaneren uit een zeer persoonlijke poëtica van de dichter, die de lezer eerst wat op een afstand houdt. Bij nader inzien, en na enige inspanning, komt er toch een mooie ruimte voor het authentieke in je appreciatie. In deze verrassend muzikale en vormvaste poëzie ontwaar ik de werking van een prachtig gevoel voor improvisatie, dat zo typisch is voor de wereld van Bach. Guido De Bruyn klinkt hier in elk geval (…) helemaal als zichzelf. zijn ware kracht schuilt in deze wiskundige poëzietaal. In zijn volstrekt authentieke verzen stemt hij af op een mathematische eenheid tussen poëzie en muziek die niemand van ons koud zal laten. Zijn eigen unieke persoonlijkheid knipt dankzij de briljante vormbeheersing een hoogst origineel licht aan op die eenheid.”

    Bart Stouten, Inleiding boekvoorstelling, 2017

  4. :

    “Voor deze bundel liet de dichter zich inspireren door Bachs Goldbergvariaties. Eigenlijk gaat De Bruyn verder. Hij schrijft: ‘deze gedichten zijn geënt op…’ Hij stelt zijn dichterschap in dienst van de compositie. Bachs muziek in de woorden van De Bruyn. Hoe krinken de Goldbergvariaties als taal je instrument is? ‘Dertig variaties op het klavecimbel van de taal.’ De Bruyn onderzoekt het, met deze bundel als resultaat. Serieus, nauwkeurig en (haast) wetenschappelijk verantwoord.”

    Jan van Bergen en Henegouwen, NBD Biblion, 2018