Lavant-DeWildeZijtakVanDeSlaap

18,00

De wilde zijtak van de slaap

Auteur: Anke van den Bremt Christine Lavant Stefaan van den Bremt

Christine Lavant werd in 1915 geboren als negende kind in een mijnwerkersgezin in Oostenrijk. Ze groeit op in grote ellende en lijdt aan tuberculose van de lymfeklieren. Rond haar achttiende lijkt de ziekte overwonnen, maar ze zal tijdens haar korte leven problemen blijven hebben met haar zwakke gezondheid. Armoede, depressies en ongeluk in de liefde maken de lijdensweg compleet.

Dit voortdurende lijden vormt de kern van Christine Lavants poëzie. Haar poëzie heeft een sterke mythische kracht. De bouwstenen van haar hoogst persoonlijk poëtische taal haalt de dichteres uit haar onmiddellijke omgeving: haar dorp en de natuur. De natuurelementen vormen de basis van haar rijke metaforen en krijgen menselijke eigenschappen toegemeten door de rechtstreekse aanspreking. Het resultaat is een uiterst persoonlijke en doorleefde lyriek met een zelden geziene kracht en rijkdom.

De wilde zijtak van de slaap is een selectie uit het oeuvre van Christine Lavant, op subtiele wijze vertaald door Anke en Stefaan van den Bremt.

Knipsel

O maan, jou staat het ziek zijn goed,
Zo smal en lief en bevend.
Misschien gaat door je brein en bloed
de koorts die lichtjes zwevend
ontwaken doet zoals een kind
en strohalm, stenen, loof en wind
heel dicht bij ’t hart laat vinden?
Als straks de dag je zal verblinden
huil niet, ondergeschoven wicht, ook mij vergaat het ogenlicht
En het gehoor der oren.
‘k Heb nog veel meer verloren.
Ik weet ook wel hoe zeer het doet
als hartslag afneemt en ’t gemoed
zich vult met steeds meer zwaarte.
Jij die in nieuwe klaarte
gauw weer gezond en blij opdoemt,
bekijk eens goed die strooien bloem:
Zo licht moet ik nog worden
En ook zo stralend binnenin,
voordat mijn laatste, vijfde zin mag uitddoven op aarde.

Over de auteur

CHRISTINE LAVANT (1915-1973) is de schrijversnaam van Christine Thonhauser. De kinderjaren en jeugd van dit nakomertje binnen een arm mijnwerkersgezin worden getekend door de armemensenziekte scrofulose (tuberculose van de lymfeklieren). Zo kan ze zich pas vanaf haar achttiende in het openbaar vertonen. Om haar isolement te doorbreken ontwikkelt ze via een buitengewone sterke fantasie een geheel eigen leefwereld bevolkt door engelen, feeën en beschermgeesten, maar tegelijk doordrongen van een sterk schuldbesef tegenover God en een angstvallig bijgeloof. In haar verhalen Das Kind (1948) en Die Rosenkugel (1956) worden die ervaringen uit haar kindertijd verwerkt. In 1939 trouwt Lavant, maar haar huwelijk doet haar zorgen alleen maar toenemen. In haar vlucht uit de realiteit wordt ze geholpen door allerlei roesmiddelen en medicijnen. Eenmaal ontwaakt schrijft ze haar ervaringen neer in gedichten. Op het einde van de jaren veertig wordt haar poëzie ontdekt door de Stuttgartse uitgever Victor Kubczak. Nadien verschijnen haar grote dichtbundels Die Bettlerschale (1955), Spindel im Mond (1959) en Der Pfauenschrei (1962). Hiervoor ontvangt ze talrijke prijzen, waaronder twee keer de Georg Trakl-prijs en in 1970 de prestigieuze Oostenrijkse Staatsprijs. Met deze mooie selectie uit de poëzie van Christine Lavant hebben de literaire vertalers STEFAAN (1941) en ANKE VAN DEN BREMT (1976) – die voor het eerst samenwerkten – een oeuvre, dat tot op vandaag helaas veel te weinig bekend is, voor ons taalgebied toegankelijk gemaakt.

Recensies

  1. :

    ‘(…) smaakvol uitgevoerde anthologie … hoezeer deze poëzie het vergankelijke overstijgt (..) een waardevolle bundel.’ (Ned. Bibliotheek Dienst, februari 2005)

    De wilde zijtak van de slaap bevat poëzie van wereldniveau. Ook de vertalers wezen hierbij geprezen.’ (Ons Brussel, jan-febr. 2005)

    ‘Alles wat zij bij haar poëtische visie betrekt, wordt tevens niet alleen gepersonifieerd, maar geconcretiseerd op een manier die aan de Romaanse kunst doet denken. (…) Hoewel pijn en aftakeling meer dan eens het hoofdthema worden, is er als tegenwicht een buitengewoon sterke levenswil die zij met de moed der wanhoop wil behouden. (…) Pijn is tegelijk een voorwaarde en een springplank om dieper in alles door te dringen. (…) Het is te hopen dat Christine Lavant dankzij deze mooie uitgave bij uitgeverij P, hier te lande ontdekt zal worden. De vertalers Anke van den Bremt en Stefaan van den Bremt zijn er in geslaagd de bezwerende toon van haar zegging te behouden.’ (Lucienne Stassaert)