VandeBerge-Deaantrekking
Publicatie datum

21/10/2017

ISBN

978-94-92339-43-0

 17,50

De aantrekking

Auteur: Claude van de Berge

De aantrekking reikt voorbij taal en klank tot het onzegbare door het woord te bevrijden van het gefixeerde en het begrensde en de taal tot transparantie te brengen. Het magnetisme waarover de gedichten gaan, is een niet uitgesproken, maar voelbare aanwezigheid. Tegelijk hebben de gedichten ook de dood als thema.

Nooit was in het werk van Claude van de Berge het mysterie van de poëzie zo nabij als in deze bundel. Poëzie die de lezer wil plaatsen tegenover het stiltepunt van een aantrekking, waarin beleving van het Kaniaanse sublieme en de innerlijke ervaring van kosmisch bewustzijn samenkomen. Het sublieme is hier geen ervaring, maar een bewustzijnspunt waar de ervaringen hun vervulling bereiken, met name de poëzie.

Arlette Walgraef zorgt opnieuw voor ongewone foto’s bij de gedichten.

Knipsel

De witheidsverten in het gestolde licht.
De roerloosheid van het beeldloze op de spiegelhorizon
en de reikwijdte van haar verbreiding.

De spiegelbeeldaanspoeling op de glasheldere randen van
de ruimte, bloemvormig geopend als een verlangen in ons.

Alles sterft in de aantrekkingsstraling van zijn weerkaatsing.
En het eindeloze is onze herkenning.

Het eindeloze is de herkenning in de ijlwording van
het doorschijnende.

Het is wat blijft als we verdwijnen.
De gelijktijdigheid van eindeloze eindeloosheden, die elk
alle andere eindeloosheden is.

Over de auteur

Claude van de Berge (Assenede, 1945) publiceerde 17 dichtbundels naast verschillende publicaties van losse gedichtencycli in diverse tijdschriften. De poëzie is gebouwd op een versmelting van invloeden uit de vocaalpolyfonie, de Duits-Vlaamse mystiek en de moderne kosmologie.

Recensies

  1. :

    “In de inleiding bij de bundel gaat van de Berge in tegen de ontkenning van de schoonheid in onze samenleving. ‘De aantrekking’ vertolkt de beleving van het innerlijke draagkracht die leeft in en door de poëzie. Omzichtig, in strofes die variëren in lengte en opbouw, benadert de dichter wat in wezen onzegbaar blijft. De poëzie van Claude van de Berge overstijgt het puur individuele om op te gaan in de allesomvattendheid van het bestaan dat verder reikt dan het hier en nu, en tot op zekere hoogte een verzoenend aanvaarden inhoudt van de dood. ‘De aantrekking’ is, mede door de sprekende foto’s die Arlette Walgraef voor deze publicatie maakte, een bunder die uitnodigt tot verstilde aanwezigheid.”

    Jooris van Hulle, Kunsttijdschrift Vlaanderen, 2018

  2. :

    “In ‘De tussenruimte van het geheim’ (…) heeft Claude van de Berge het over de verbondenheid als voorwaarts gerichte, evolutieve kracht. De kosmische evolutie eindigt in ons als een gedicht, want de poëzie is zo’n soort verbondenheid, waarin dat gedicht zich als een ‘grensoverschrijding’ of ‘zelftranscendentie’ openbaart. Als grensoverschrijding wordt het gedicht dus gedreven door de aantrekking van dat onzichtbare, het ‘oneindige nulpunt’. Zoals mystici wil van de Berge dat het persoonlijke uiteindelijk samenvalt met het algemene, want dat samenkomen van het particuliere en universele is wat het goddelijke is. Het samenkomen (…), de samenspraak blijft het ideaal van deze bundel. De gedichten zijn een soort psalmen, door Peter Handke ooit een ‘al bijna bij voorbaat vergeefs smeken’ genoemd.”

    Hans Vandevoorde, Poëziekrant, 2018

  3. :

    “Claude Van de Berge opent zijn zeventiende bundel De aantrekking met een poëticale beginselverklaring. Voor hem is het eon als onstoffelijk deeltje van het atoom niet alleen richtinggevend voor de kosmische ontwikkeling in het groot en in het klein, maar drukt het tevens zijn schoonheidsverlangen uit dat tot de hoogste uitingen heeft geleid in dit heelal: het kunstwerk. De schoonheid is daarbij zijn kompas dat richting geeft aan de universele evolutie, en is tevens de matrix van de menselijke bestemming: aantrekking die liefde is, liefde die de wet van de eenheid weerspiegelt. Met deze kosmologische constellatie verbindt Van de Berge het klein heelal van zijn poëzie. Op het moment dat je het abstracte gedachtegangenstelsel van Van de Berge inloopt, verlies je in de kortste keren besef van een werkelijkheid zoals we die dagelijks om ons heen kunnen waarnemen. De voortdurende wenteling van elkaar in- en uitsluitende abstracte formuleringen doet na intensieve lezing een duizeling ontstaan die misschien ook wel de ervaring is die de dichter bij de lezer wil bewerkstelligen. Voor Van de Berge is onuitsprekelijkheid taal en taal is onuitsprekelijk. En niets rest ons dan nog dan de bezwering.”

    Johan Reijmerink, Meander, 2017