DeBruyn-Blakte

17,95

Blakte

Auteur: Guido De Bruyn

‘In Blakte bundelt Guido De Bruyn gedichten over afscheid & schoonheid, twee begrippen die hij als evenwaardige ‘verbuigingen van het leven’ ziet. Zo kan de reeks Oefeningen in schoonschrift  gelezen worden als pendant van de oefeningen in verlies die hij in Grondverf wijdt aan zijn beide demente ouders. Uit deze laatste reeks komt het titelgedicht: in een kamer van een rusthuis heerst ‘blakte’ – een oude term uit de binnenvaart voor ‘windstilte’.In de reeksen Via Tintoretto en Wolfskwint is de toon lichter. Beminnen hoor je te doen zoals een fijnschilder te werk ging: ‘in alle traagte, met beheerste graagte’. En wie hoort ‘de oprechte, houten droefheid van een ezel in de verte’?

Zo wordt Blakte een bundel voorbij de tristesse die verlies met zich meebrengt, met aldoor dezelfde aandacht voor de subtiele matglans van de taal, de troost die schoonheid genereren kan.

Knipsel

de dag begint met geronnen tint
van melancholie, op maat van droogtrommel
en hamer. ik was de pisbroeken van mij vader,
terwijl hij spijkers in de piano slaat.

dat verdriet te temmen valt met taal
is iets van oude dichters, met hun slim korset
van klanken, staf- en binnenrijm, die de veters
van de verzenmaker zijn. ik ken alleen de doffe zingzang
van wat valt droog te zwieren, ik tel
textiel, geen lettergrepen.

vader hangt het alaam op, een solsleutel per kamer.
ik zwijg en tem zijn hamer.

Over de auteur

Guido De Bruyn (Asse, 1955) won in 2012 en 2014 de poëzieprijs CC Boontje, respectievelijk met de gedichten Een tekenaar  en De dag begint,  beide opgenomen in deze bundel.  Eerder was hij tweemaal laureaat van de Klara-poëzieprijs  en werd hij ook bekroond als verhalenschrijver. Bij Uitgeverij P verschenen in 2004 zijn debuutbundel Het achterwerk van het geluk, in 2006 zijn vertaling van Shakespeares Sonnetten, in 2007 het voor de Herman de Coninckprijs genomineerde Het huis Augustus, in 2010 Een steen in Lissabon en in 2011 Apenverdriet.

Recensies

  1. :

    Over Blakte:

    De Bruyn buigt de creatieve impuls om naar een wijze van liefhebben (…) Naar die openheid suggererende rust – meteen de metaforische onderlaag die beide betekenissen van het woord in zich verenigt – schrijft de dichter zich toe, ook op momenten dat emoties hem diep raken (…)

    Vooral de gedichten die aan de vader –en moederfiguur worden gewijd, weten, mede door het besef van onmacht dat eruit spreekt, te overtuigen (…) Dat de Bruyn hier teruggrijpt naar Morandi en zich als dichter positioneert tegenover de beeldende kunst. De gedichten staan bij foto’s die in hun verrassende context de alledaagsheid van ervaringen en belevingen overstijgen.
    Poëziekrant 

    Geldt als een ‘geheimtip in de Vlaamse poëzie’. Bevat pareltjes van observatie. (…) De dichter heeft amper woorden nodig om een verpletterende indruk na te laten. (…)Korte gedichten zijn haiku’s in geest maar niet in vorm van vaste letter. De Bruyn heeft weinig nodig om een groots beeld te scheppen: tijd om De Bruyn en vooral zijn poëtisch werk te leren kennen.
    Meander

SKU: 90 Categorie: Tags: ,