Winkelmand bekijken “Het achterwerk van het geluk” is toegevoegd aan je winkelmand.
VanOye-Avondschemer

17,20

Avondschemer

Auteur: Eugeen van Oye

In 1997 vond Filip Debaillie uit Gistel een klein werkschrift van de hand van Eugeen van Oye terug. Het schriftje telde 106 pagina’s ruitjespapier, waarin van Oye rijmende gedichten, bedenkingen, invallen en proza had geschreven. Blijkbaar bevatte het een eerste ontwerp voor een dichtbundel waarvoor hij al een titel had gekozen: Avondschemer. Op initiatief van Filip Debaillie heeft professor Johan van Iseghem (K.U.Leuven en Kulak, Moderne Nederlandse Literatuur) van dit bundelontwerp van van Oye een zo getrouw mogelijke uitgave gemaakt, al verliep dat niet rimpelloos.

De vorm die Eugeen van Oye aan zijn laatste bundel wenste te geven, was niet zo gemakkelijk af te leiden uit het oude werkschrift: zo gaven o.a. de groepering en de paginering heel wat moeilijkheden. Buiten de transcriptie van de handgeschreven teksten zorgde Johan van Iseghem voor de nodige commentaren over het leven van de dichter, de teksten en de totstandkoming van deze uitgave. Zo is dit boek een belangrijk literair-historisch document geworden.

Knipsel

Gij giet in hert en ziel, o zee,
met eeuwig smeekend smachten,
een zee mij van gevoelens en
een wereld van gedachten.

Wat is ’t toch wat me droomen doet
vol weemoed en verlangen,
wanneer ‘k in uw getoover lig
gebonden en gevangen?

Is ’t de eeuwigheid? Is ’t de eeuwigheid?
Het eindelooze leven?
Ik voele ze in mijn hert en ziel
en heel mijn wezen beven –

En dichtte ik duizend jaren nog,
’t en waar’ niet uitgezongen
hetgene me uit uw golven, zee,
is in de ziel gedrongen…

Over de auteur

Eugeen van Oye werd geboren op 3 juni 1840 in een artistiek milieu te Torhout. Hij werd bekend als de leerling van Guido Gezelle, met wie hij een romantische vriendschapsrelatie kende. Van deze zielsverwantschap tussen de grote Vlaamse dichter-priester en de jonge dichter in spe getuigde hun correspondentie die vele gedichten bevatte, waaronder het bekende Dien avond en die rooze. Later studeerde van Oye geneeskunde in Leuven. In 1871 werd hij arts in Oostende. Zijn dichtbundels Vonken en stralen en In 't Blauw gaven hem literaire erkenning: in 1905 werd hij lid van de Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde in Gent. De Eerste Wereldoorlog ging niet ongemerkt aan hem voorbij: hij verloor zijn zoon en werd zelf van activisme beschuldigd. Enkele jaren voor zijn dood verhuisde hij van Oostende naar Gistel, waar hij op 4 juni 1926 stierf.

Recensies

  1. :

    ‘Van Oye beschikte over een mooie beeldtaal en gedichttechnisch was hij ook erg onderlegd. (…) Zijn gedichten over de zee en de wolken zijn subliem en daar meen ik toch de invloed die Gezelle vast en zeker op hem heeft gehad, te herkennen.’ (De Vrijzinnige Lezer)

    ‘Het boek is een zeer verzorgde uitgave. (…) Echt aanbevolen!’ (’t Pallieterke)

SKU: 118 Categorie: Tags: ,